In 2019 heeft TNO in het kader van het KEM-03b- en KEM-10-project een openbare versie van het Groningen-seismisch gevaren- en risicomodel (TNO HRA-model) opgeleverd. Deze versie is functioneel een 1:1-replicatie van de NAM HRA-versie 5, inclusief alle aannames en keuzes, en kan de uitkomst van de NAM HRA reproduceren, terwijl deze sneller presteert dankzij een iets andere statistische benadering. Voor de gevaren- en risicobeoordeling van 2020 gebruikt NAM bijgewerkte modellen voor de gevaren- en risicoberekening. Voor het seismologisch model versie 6, voor het grondbewegingsmodel versie 6 en voor de schademodule versie 7 (versie 6 werd toegepast in 2019).
Aangezien de modelketen van TNO moet worden gebruikt bij berekeningen en evaluaties van gevaar en risico, moeten de modellen worden bijgewerkt naar de nieuwste modellen die worden gebruikt. Specifieke onderzoeksvragen zijn: (1) Wat is het effect van de nieuwe bijgewerkte modellen op de gevaren- en risicobeoordeling in Groningen? (2) Zijn de gevaren en risico's die zijn berekend met het bijgewerkte openbare model van TNO vergelijkbaar met de resultaten van NAM? Zo nee, hoe kunnen de verschillen worden verklaard? (3) Welke verbeteringen (zoals aanbevolen door NAM of verschillende KEM-projecten) moeten worden opgenomen in een volgende versie van het TNO HRA-model? (4) Wat is het effect van de resultaten van de KEM-04/KEM-02-projecten op de gevaren- en risicobeoordeling?
Dit project is in opdracht gegeven met het oog op een openbaar, onafhankelijk probabilistisch seismisch HRA voor Groningen. Het onderzoeksproject is in opdracht van TNO uitgevoerd en is in 2020 gestart en afgerond.
Meer ...
In 2019 heeft TNO in het kader van het KEM-03b- en KEM-10-project een openbare versie van het Groningen-seismisch gevaren- en risicomodel (TNO HRA-model) opgeleverd. Deze versie is functioneel een 1:1-replicatie van de NAM HRA-versie 5, inclusief alle aannames en gemaakte keuzes, en kan de uitkomst van de NAM HRA reproduceren, terwijl deze sneller presteert vanwege een iets andere statistische benadering.
Voor de gevaren- en risicobeoordeling van 2020 gebruikt NAM bijgewerkte modellen voor de gevaren- en risicoberekening. Voor het seismologische model versie 6, voor het grondbewegingsmodel versie 6 en voor de schademodule versie 7 (versie 6 werd toegepast in 2019).
Aangezien de modelketen van TNO moet worden gebruikt bij berekeningen en evaluaties van gevaar en risico, moeten de modellen worden bijgewerkt naar de nieuwste modellen die worden gebruikt.
Specifieke onderzoeksvragen zijn:
1. Wat is het effect van de nieuwe bijgewerkte modellen op de gevaren- en risicobeoordeling in Groningen?
2. Zijn de gevaren en risico's die zijn berekend met het bijgewerkte openbare model van TNO vergelijkbaar met de resultaten van NAM? En zo niet, hoe kunnen de verschillen dan worden verklaard?
3. Welke verbeteringen (zoals aanbevolen door de NAM of verschillende KEM-projecten) moeten worden opgenomen in een volgende versie van het TNO HRA-model?
4. Wat is het effect van de resultaten van de KEM-04/KEM-02-projecten op de gevaren- en risicobeoordeling?
Dit project is in opdracht gegeven met het oog op een openbaar, onafhankelijk probabilistisch seismisch HRA voor Groningen.
KEM 35 werd aangesteld om de door TNO voor Groningen uitgevoerde gevaren- en risicobeoordeling (HRA) te actualiseren op basis van de nieuwste beschikbare modellen die door NAM zijn ontwikkeld met betrekking tot: het seismologische bronmodel, het grondbewegingsmodel en het schade- en gevolgmodel. De methoden die zijn gebruikt om de resultaten te verkrijgen, namelijk numerieke integratie in plaats van simulatie, lijken superieur te zijn ten opzichte van die van NAM. Het projectteam heeft de seismische gevaren- en risicobeoordeling (HRA) voor Groningen geactualiseerd met de nieuwste beschikbare (versie 6) modellen van NAM.
Zoals verwacht zijn de resultaten van de risicobeoordeling vergelijkbaar met (d.w.z. overeenkomen met) die van NAM, omdat TNO dezelfde modellen gebruikt. De onderzoeksvragen zijn volledig beantwoord wat betreft de reproductie van de NAM-resultaten. TNO heeft zelfs enkele punten gesignaleerd die computationeel beter kunnen worden aangepakt door de NAM-procedure. Verschillen in de resultaten zijn waarschijnlijk toe te schrijven aan numerieke benaderingen. De resultaten zijn relevant omdat ze getuigen van de publieke competentie op het gebied van seismische gevaren- en risicobeoordeling voor Groningen. De resultaten van dit project vormen de basis voor de volgende stap, namelijk het verdere ontwikkelen door TNO van de probabilistische seismische HRA, die complexer is.
De vierde onderzoeksvraag, “Wat is het effect van de resultaten van KEM-04/02 op de gevaren- en risicobeoordeling?”, is bewust niet behandeld in dit project.
Het project is beoordeeld door het wetenschappelijk panel van KEM.
EVALUATIE VAN HET ONDERZOEKSPROJECT
De kwaliteit van het werk van TNO is uitstekend en bewijst het voortdurend groeiende vertrouwen in het beheer van de gevaren- en risicobeoordeling voor Groningen. Het lijkt erop dat TNO vanuit het oogpunt van risicobeoordeling nu klaar is om de HRA openbaar te maken. TNO is nu klaar om zelfstandig HRA uit te voeren, hoewel op basis van modellen die al door anderen (d.w.z. NAM) beschikbaar zijn gesteld.
Een voorstel van het ministerie om toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de TNO PSHRA te evalueren met een uitgebreid KEM-expertteam (KEM-subpanel) wordt volledig ondersteund door KEM.
Op 19 november werd tijdens de DeepNL-jaarvergadering een KEM DeepNL-presentatie over het KEM-35-project gegeven door TNO.