Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de toegevoegde waarde en robuustheid van InSAR-gegevens voor het monitoren van bodemdaling als gevolg van zoutwinning in Twente (regio Haaksbergen/Enschede/Hengelo). De belangrijkste onzekerheden die onderzocht moeten worden, zijn de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de InSAR- en bodemdalinggegevens en de manier waarop de gegevens kunnen worden gebruikt om bewegingsmodellen van zoutcavernes te kalibreren.

Er is een strategie voor regelmatige monitoring van bodemdaling, waarbij elke 1 tot 5 jaar geodetische metingen worden uitgevoerd. In 2022 bleek uit onderzoek dat één caverne onstabiel was geworden en naar de oppervlakte was gemigreerd (onder het terrein van Twence). Onafhankelijke InSAR-metingen van verzakkingssnelheden zouden mogelijk meer inzicht geven in welke cavernes onstabiel zijn en moeten worden gevuld.

InSAR is een relatief nieuwe satellietgebaseerde meetmethode die in staat is om grondbewegingen in het gebied met veel kortere tijdsintervallen te monitoren, waardoor vroegtijdige detectie van onregelmatig verzakkingsgedrag mogelijk is. Aan de andere kant zijn de meetlocaties niet eenvoudig te definiëren en is de kwaliteitscontrole van geïnterpreteerde verzakkingsgegevens niet volledig robuust. De methode heeft potentieel, maar is tot nu toe nog niet toegepast in dit gebied, met name gericht op bodemdaling en stabiliteit van zoutmijnen.

Op basis van de antwoorden specifieke onderzoeksvragen moeten aanbevelingen worden gedaan over hoe InSAR-gegevens een toegevoegde waarde kunnen hebben voor verzakkingsmonitoring (inclusief vroegtijdige waarschuwing voor instabiliteit van de cavernes) en modelkalibratie.

Het onderzoek is in 2025 gestart en rapporteerde vroeg in 2026 en werd uitgevoerd door Sensar en TNO.

Meer ...